Een dier kan niet praten
Sonja is dierenarts in een grote stad. Vandaag heeft ze voor de tweede keer in korte tijd een hond behandeld met een wond aan de rug. De eigenaar zegt dat de het dier gevochten heeft, maar eigenlijk denkt ze dat hij de hond zelf geslagen heeft. De hond reageert schichtig. De man heeft ook een gezin thuis. Thuis voor de tv laat het haar niet los.
Sinds maart 2011 bestaat er een meldcode dierenmishandeling, die dierenartsen een stappenplan biedt dat beschrijft wat ze kunnen doen als ze vermoeden dat een eigenaar zijn dier mishandelt. Het doel is dierenartsen bewuster te maken van de signalen die kunnen wijzen op dierenmishandeling en hen helpen om een goede afweging te maken bij het melden daarvan. De meldcode is opgesteld door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) en afgeleid van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
Een dierenarts is net als een leraar, huisarts of maatschappelijk werker een vertrouwenspersoon. De discussie over het – al dan niet verplicht – melden van geweld ligt dus gevoelig: als mensen door die dreiging helemaal niet naar de dierenarts gaan, is het dier nog verder van huis. Een belangrijk verschil met de meeste andere vormen van huiselijk geweld is dat een dier niet kan praten. De dierenarts is dus helemaal afhankelijk van wat hij ziet en van wat de eigenaar hem vertelt.
Vijf stappen
Als een dierenarts dierenmishandeling vermoedt, moet hij volgens de meldcode vijf dingen doen: de signalen in kaart brengen, een collega consulteren, een gesprek voeren met de eigenaar van het dier, het letsel en de verdenking afwegen en ten slotte beslissen of de dierenarts hulp moet organiseren of de mishandeling melden. In het geval van gezelschapsdieren kan dat laatste bij de Landelijke Inspectiedienst van de Dierenbescherming. Net als bij partnermishandeling en kindermishandeling worden vier typen misbruik onderscheiden: fysiek, seksueel, emotioneel en verwaarlozing. Fysiek geweld en verwaarlozing komen bij dieren het meeste voor.
Huiselijk geweld
De meldcode besteedt ook aan aandacht aan het signaleren van andere vormen van huiselijk geweld, waaronder partnermishandeling en kindermishandeling. Dierenartsen worden aangespoord aan de bel te trekken als zo vermoeden dat hun klanten naast dieren ook mensen mishandelen. Zij worden hierbij verwezen naar onder meer het Steunpunt Huiselijk Geweld. Uit een aantal onderzoeken blijkt dat er een verband kan zijn tussen dierenmishandeling en andere vormen van huiselijk geweld. Mensen die eerder dieren mishandelden, blijken in sommige gevallen later ook mensen te mishandelen. In onder meer Amsterdam bestaat een Taskforce Huiselijk Geweld en Dierenmishandeling die probeert zowel hulpverleners als dierenartsen bewust te maken van dit verband.
Bel de Landelijke Inspectie Dierenbescherming bij vermoedens van dierenmishandeling: 144.
Vermoed u andere vormen van geweld in de thuissituatie: bel dan het Steunpunt Huiselijk Geweld: 0900-1 26 26 26
Van 14 november t/m 12 december houdt de overheid de landelijke publiekscampagne huiselijk geweld 'Nu is het genoeg. Help jezelf, help de ander'. Om deze campagne te ondersteunen heeft het Steunpunt Huiselijk Geweld Hollands Midden 5 artikelen geschreven om mensen te informeren welke hulpmogelijkheden er zijn voor verschillende vormen van huiselijk geweld. Dit artikel is de 5e en laatste in de reeks.